Hoeveelsuikerziterin

Just another WordPress site

Suiker wiki

Hoewel de verbrandingswaarde van zoetstoffen (het aantal calorieën per gram) ongeveer gelijk is aan die van suiker, zijn ze zóveel zoeter dan suiker (tot wel 500 maal) dat ze in veel kleinere hoeveelheden kunnen worden toegepast. Wanneer een zoetstof vijfhonderd maal zoeter is dan suiker, kan er in een consumptie waar normaal 100 gram suiker in gaat volstaan worden met slechts 200 milligram van die zoetstof. Zoetstoffen worden onder andere toegepast in snoepproducten zoals drop, om tandbederf tegen te gaan. Ze worden toegevoegd aan limonadesiroop en aan kindertandpasta. Voor diabetici zijn polyolen vaak een bruikbare zoetstof.

Een zoetstof is dus een stof die zoet smaakt. De term wordt in twee betekenissen gebruikt:
1. voor stoffen die niet tot de suikers behoren, maar die wel, net als suiker, het zintuig voor zoete smaak prikkelen
2. voor alle zoetmakers, zowel suikers als andere zoetstoffen.

Deze zoetmakers zijn onder te verdelen in:
Natuurlijke zoetstoffen:
> suikers, bijvoorbeeld glucose, fructose, lactose en sacharose (eindigend op -ose)
> suiker-bevattende complexe stoffen, bijvoorbeeld stevioside en glycyrrhizinezuur (zoethout)
> eiwitten, bijvoorbeeld thaumatine
> polyolen, (meervoudige alcoholen) bijvoorbeeld sorbitol en xylitol, die op basis van suiker zijn vervaardigd,
   maar zelf geen suikers zijn (deels natuurlijk, deels synthetisch)
Kunstmatige zoetstoffen => zie lijst E-nummers

Er bestaat een tweetal standaarden die aangeven hoeveel zoetstof men zonder bezwaar tot zich kan nemen:
1. ADI: de "aanvaardbare dagelijkse inname" geeft per stof aan, hoeveel inname per dag verantwoord is.
2. ARfD: de "acute reference dose" geeft aan hoeveel inname ineens nog verantwoord is.

Zoetstoffen krijgen steeds weer kritiek te verduren, omdat ze niet altijd onschadelijk zijn. Sommigen mogen niet voorkomen in voedsel dat speciaal bestemd is voor baby’s, peuters en kleuters. Een recent onderzoek van de Voedsel en Waren Autoriteit (2005) gaf aan dat 96% van de producten die zoetstof bevatten, de toegestane doses niet overschrijden. Indien die producten echter naast elkaar worden gebruikt, kan uiteraard wel overschrijding plaatsvinden.

 

E-nummer      Naam
E420                Sorbitol: i) Sorbitol ii) Sorbitolstroop
E421                Mannitol
E950                Acesulfaam-K
E951                Aspartaam
E952                Cyclaamzuur en de Natrium- en Calium-zouten daarvan: Cyclamaat
E953                Isomalt (Isomaltitol)
E954                Sacharine en de Natrium-, Kalium- en Calcium-zouten daarvan
E955                Sucralose (toegevoegd in december 2003)
E957                Thaumatine
E959                Neohesperidine-DC
E961                Neotaam (toegevoegd in december 2009)
E962                Zout van aspartaam – acesulfaam (toegevoegd in december 2003)
E965                Maltitol: i) Maltitol ii) Maltitolstroop
E966                Lactitol
E967                Xylitol
E968                Erytritol
 

 

Sorbitol (E420)
Deze zoetstof wordt veel gebruikt in light-producten, suikervrije diëten en kauwgom. Het heeft een energie-inhoud die een derde minder is dan gewone suiker, terwijl het de helft minder zoet is. Sorbitol wordt ook gebruikt als vochtvasthoudend middel in tandpasta en cosmetica. Sorbitol heeft in bepaalde hoeveelheden een laxerend effect. Sorbitol wordt beschouwd als een potentieel sleutelintermedair voor de synthese van alkanen[9] uit biomassa. Volledige reductie van sorbitol kan leiden tot alkanen zoals hexaan, die gebruikt kunnen worden als biobrandstof. De waterstof die nodig is voor deze transformatie komt grotendeels van sorbitol zelf, maar er komt dan wel CO2 vrij.
 

Mannitol (E421)
Dit is een polyol (of suiker-alcohol) die wordt gebruikt als natuurlijke zoetstof, antiklontermiddel  en vulstof.
Mannitol is een natuurlijke zoetstof met 0,7 keer de zoetkracht van suiker. Het komt voor in allerlei soorten planten (vooral zeewieren) en heeft een zoete smaak, zonder bijsmaak. Mannitol wordt gebruikt in allerlei voedingsmiddelen. Behalve als zoetstof wordt het vaak ook gebruikt omdat het een betere structuur geeft aan bepaalde voedingsmiddelen en het uitdrogen ervan kan voorkomen.
Ook voor dit middel geldt dat het bij overmatig gebruik (gemiddeld meer dan 15 gram per dag) een laxerend effect heeft.
 

Acesulfaam K (E950)
Deze stof is een synthetische zoetstof met een 200 maal sterkere zoetkracht dan normale suiker. Het wordt in de markt verkocht met onder andere de namen Sunett en Sweet One. Bij zeer hoge concentraties heeft het een bittere smaak. In de praktijk, dat is bij normaal gebruik, heeft het geen bijsmaak. De stof is in tegenstelling tot bijvoorbeeld aspartaam, stabiel bij hogere temperaturen. Eveneens is het bestand tegen zuren en basen. Acesulfaam K wordt niet opgenomen door het lichaam, het levert dus 0 kJ/gram energie.
De problemen rond acesulfaam-K zijn gebaseerd op de onjuiste testen en het ontbreken van lange-termijn studies. Acesulfaam-K bevat het carcinogeen methyleenchloride. Lange-termijn blootstelling aan methyleenchloride kan leiden tot hoofdpijn, depressie, misselijkheid, geestelijke verwarring, lever-effecten, nier-effecten, visuele stoornissen en kanker bij de mens. Er is veel verzet tegen het gebruik van acesulfaam-K, zonder dat dit product verder is doorgetest. Op dit moment heeft de FDA niet vereist dat deze tests worden gedaan.

Aspartaam (E951) 
Aspartaam is een kunstmatige zoetstof  die 160 tot 200 maal zo zoet is als suiker, en die ook wel bekend staat als E951. Door deze grote zoetkracht en de lage energetische waarde voor het lichaam wordt het veel gebruikt in zoete light producten als frisdranken. Sinds de introductie van de zoetstof begin jaren tachtig circuleren er negatieve berichten rondom de effecten op de gezondheid.
De goedkeuring van de zoetstof aspartaam door de Amerikaanse Voedsel en Waren Dienst (FDA) was de meest omstreden goedkeuring ooit. Er bestond daarvoor geen wetenschappelijke basis, maar werd onder grote politieke en financiële druk afgegeven. Aspartaam wordt vooral gebruikt voor het zoeten van ‘light’ frisdranken en andere voedingsmiddelen die koud bereid kunnen worden. Aspartaam valt al bij temperaturen die licht boven kamertemperatuur liggen uit elkaar en verliest daardoor zijn zoete smaak. Hierdoor is aspartaam niet geschikt voor voedingsmiddelen die na toevoeging verhit moeten worden. Daarnaast verliest de stof zijn zoetheid na verloop van tijd doordat de stof niet stabiel is. De bij het verval ontstane stoffen zijn smaakloos en beïnvloeden de smaak van het product niet. De stoffen die daarbij ontstaan kunnen echter wel andere gevolgen hebben voor het menselijk lichaam; zie daarvoor verder onder metabolisme. In dranken zoals cola en andere koolzuurhoudende en zure frisdranken is de stof tot een half jaar houdbaar.

Van aspartaam wordt wel beweerd dat het kankerverwekkend zou zijn, maar dit wordt o.a. door het Koningin Wilhelmina Fonds met stelligheid ontkend. Ook de EFSA (European Food Safety Authority), de wetenschappelijke adviesraad van de EU heeft in mei 2006 opnieuw bevestigd dat er geen reden is om de huidige ADI van 40 mg/kg/dag te verlagen. Andere instanties, zoals het Voedingscentrum en vergelijkbare instanties in andere Europese landen beschouwen aspartaam als volledig veilig. Alleen voor fenylketonurie-patiënten wordt aspartaam afgeraden omdat een van de afbraakproducten, fenylalanine, voor hen gevaarlijk is.

De FDA (Food and Drug Administration) heeft een aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van 50 mg/kg lichaamsgewicht bepaald. Dat komt overeen met 22 blikjes light (7 liter) frisdrank per dag voor een man van 80 kg en met 15 blikjes (5 liter) voor een vrouw van 55 kg. De Europese Unie heeft een ADI van 40 mg/kg lichaamsgewicht vastgelegd.

Onderzoeken in verschillende landen hebben aangetoond dat gemiddeld 2 tot 4 mg/kg aspartaam per persoon wordt ingenomen in Europese landen. Een hoge inname van meer dan 10 mg/kg treedt op bij 2,5% van de onderzochte personen.Aspartaam is een kunstmatige zoetstof  die 160 tot 200 maal zo zoet is als suiker, en die ook wel bekend staat als E951. Door deze grote zoetkracht en de lage energetische waarde voor het lichaam wordt het veel gebruikt in zoete light producten als frisdranken. Sinds de introductie van de zoetstof begin jaren tachtig circuleren er negatieve berichten rondom de effecten op de gezondheid.
De goedkeuring van de zoetstof aspartaam door de Amerikaanse Voedsel en Waren Dienst (FDA) was de meest omstreden goedkeuring ooit. Er bestond daarvoor geen wetenschappelijke basis, maar werd onder grote politieke en financiële druk afgegeven.
 

 

Aspartaam werd in 1965 ‘ontdekt’ door Searle, een farmaceutisch bedrijf uit Chicago. De FDA keurde aspartaam uiteindelijk pas goed in 1981, alhoewel onderzoek duidelijk had aangetoond dat aspartaam hersenkanker veroorzaakte in proefdieren. De onderzoeken die de zogenaamde veiligheid van aspartaam aantoonden waren erg gebrekkig. Searle gebruikte onwetenschappelijke werkwijzes in haar labaratoria, vervalste testgegevens en hield cruciale informatie achter tijdens het goedkeuringsproces.

Aangezien aspartaam hersentumoren veroorzaakte in proefdieren, bestaat er ook een kankerrisico voor mensen. Kanker neemt snel toe in westerse landen en zal binnenkort doodsoorzaak nummer 1 zijn. Er zijn maar liefst 92 (!) verschillende symptomen vastgesteld door het Amerikaanse Ministerie van Gezondheid, naar aanleiding van de vele klachten van aspartaam gebruikers. Meer dan 80% van alle klachten ingediend bij de Amerikaanse Voedsel en Waren Dienst (FDA) zijn klachten over aspartaam.
Aspartaam breekt af in drie giftige bestanddelen:

Methanol
Dit is giftige alcohol en breekt af in formaldehyde, een zeer giftige stof, gebruikt voor balseming.
Phenylalanine
Deze stof vermindert de serotonine in de hersenen, wat leidt tot opvliegers, depressies en een verhoging van de eetlust. De consumptie van aspartaam is één van de hoofdoorzaken van de huidige obesitas crisis.
Aspartisch zuur
Dit is een neurologisch gif vergelijkbaar met MSG.

Aspartaam zit in de volgende produkten:
Optimel, Cola Light, Zero (Coca Cola, Sprite, Fanta), Pepsi Max, Crystal Clear, ViFit, Vitalinea,Yakult Light, suikervrij, Campina Goede Morgen (zonder suiker), DubbelFrisss Light, Canderel, Natrena, Stimorol Ice, Stimorol Fusion, Sportlife, Freedent, Mentos, Smint, zoetjes, minder calorieën, Sanoform, Dietcare, Gold, Zoetstof, Sweetners, Sweetener, Hermesetas Gold, Kristalzoet, Line zoet & slank, zoetmiddel, Sanoform, Prodia, Ti light, Fit & Sweet, Sussli, Slimmetjes, etc.
 

Cyclaamzuur (E952)
Deze stof is een wit, kristallijn poeder met een zuurzoete smaak. Het is 30 tot 50 maal zo zoet als sucrose, afhankelijk van de concentratie. Cyclaamzuur, maar vooral de beter oplosbare natrium- en calciumzouten ervan, worden gebruikt als kunstmatige, laagcalorische zoetstof. Samen worden deze stoffen aangeduid als "cyclamaat". Het gezamenlijk E-nummer voor deze stoffen is E952 en de ADI, uitgedrukt in cyclaamzuur, is 7 mg per kg lichaamsgewicht in de Europese Unie; de JECFA hanteert 11 mg/kg.
In sommige landen waaronder de Verenigde Staten is cyclamaat verboden wegens een vermoeden dat het carcinogeen zou zijn. De studie waarop dit vermoeden is gebaseerd dateert uit 1969 en latere studies hebben die niet kunnen bevestigen. Het IARC heeft cyclamaten ingedeeld in Categorie 3 (stoffen die niet kunnen ingedeeld worden naar carcinogeniciteit).
 

Cyclamaat (E952)
Deze zoetstof is een al vrij lang bekende (sinds 1937) zoetstof  die ongeveer dertig tot vijftig maal zoeter is dan suiker en die ook wel bekend staat als E-952. Chemisch gezien is cyclamaat een (gewoonlijk natrium- of calcium-) zout van cyclaamzuur. Het hebben van een E-nummer  geeft aan dat het bij ‘normaal’ gebruik (minder dan de Aanvaardbare Dagelijkse Inname  (ADI)) niet als schadelijk wordt beschouwd. De ADI voor cyclamaat bedraagt 7 mg per kg lichaamsgewicht.

Toch is de veiligheid van cyclamaat niet geheel onbesproken; in de VS is het sinds 1969 niet meer toegestaan, in meer dan 50 andere landen wel. De verbanning berustte op onderzoek bij ratten in de zestiger jaren waarbij er aanwijzingen voor het ontstaan of bevorderen van blaaskanker bij ratten zouden zijn gevonden. Later onderzoek heeft dit echter niet bevestigd. De Amerikaanse FDA heeft na het opnieuw bekijken van alle beschikbare onderzoeksgegevens dan ook te kennen gegeven dat het niet als carcinogeen bij muizen en ratten beschouwd wordt.
De Voedsel en Waren Autoriteit heeft zes siropen onderzocht en vond een gemiddelde van 184 mg cyclamaat per liter. Dit ligt nog wel ver onder het maximum van 400 mg per liter, toch is niet ondenkbaar dat de inname ervan bij kinderen bij gebruik als dagelijkse dorstlesser de "Aanvaardbare Dagelijkse Inname" benadert. Of dit dan inderdaad schadelijk is, staat overigens te bezien. Ook de vaststelling van een ADI is nattevingerwerk waarbij een grote veiligheidsmarge wordt aangehouden, meestal een factor 10 tot 100.

Veel zoete producten bevatten suiker. Wanneer producten met "Light" worden aangeduid is er vaak sprake van het gebruik van een zoetstof als alternatief voor suiker. Hiervoor wordt (anno 2005) meestal niet cyclamaat, maar aspartaam gebruikt. Cyclamaat is thermostabiel tot boven de gangbare keukentemperaturen, wat de zoetstof geschikt maakt voor koken en bakken.
 

Met name voor cyclamaat werd gevonden dat het gebruik bij kinderen van 1 tot 4 jaar tot een inname boven de ADI kan leiden als ze meer dan 1 a 2 glazen (van een kwart liter) per dag drinken; voor kinderen tussen 4 en 8 wordt maximaal 3 glazen aanbevolen door het Nederlandse voedingscentrum, voor volwassenen maximaal 7 glazen. De meeste ‘light’ frisdranken worden overigens niet met cyclamaat maar met aspartaam gezoet. Verder is bekend dat de polyolen bij overmatig gebruik diarree kunnen veroorzaken.
 

Isomalt (E953)
Het is een polyol die hoofdzakelijk om zijn suikerachtige fysische eigenschappen wordt gebruikt. Het product heeft slechts een kleine invloed op de bloedsuikerspiegel, leidt niet tot tandbederf, en bevat half zo veel energie als gewone suiker (sacharose). Net als bij de meeste polyolen (zoals xylitol en sorbitol), is er echter de mogelijkheid van maag- en darmproblemen, waaronder flatulentie en diarree, wanneer isomalt in grote hoeveelheden wordt ingenomen.

Isomalt wordt doorgaans gemengd met een sterker zoetmiddel zoals sucralose, zodat het mengsel ongeveer de zoetheid van suiker heeft. Het is een reukloze, witte, kristallijne substantie die ongeveer 5% kristalwater bevat. Isomalt heeft een minimaal koelend effect (door een negatieve oplossingswarmte), in tegenstelling tot veel andere polyolen, in het bijzonder xylitol en erythritol. Isomalt is ongebruikelijk omdat het een synthetische polyol is die uit gewone suiker wordt geproduceerd. Een interessant gebruik van isomalt wordt gevonden in het product DiabetiSweet, een suikervervanger die voor gebruik bij het bakken wordt verkocht en die bestaat uit een mengsel van isomalt en acesulfaam-K. Het heeft echter een bittere smaak (vanwege het acesulfaam-K) en karameliseert  niet zoals suiker.
 

Sacharine (E954)
Het is de oudste kunstmatige zoetstof en werd in 1879 ontdekt door Ira Remsen en Constantine Fahlberg aan de Johns Hopkins University bij een onderzoek naar koolteerderivaten. Ira Remsen zou de zoete smaak hebben ontdekt tijdens een maaltijd na het werk toen hij zijn handen niet goed had gewassen. De stof heeft in het UVVIS spectrum een maximum bij 267,3 nm (0,1N NaOH).
Sacharine levert geen energie en heeft een zoetkracht die 350 maal groter is dan die van suiker. Dit betekent dat toevoeging in de orde van milligrammen aan voedingsmiddelen hetzelfde effect geeft als toevoegen van grammen suiker. Sacharine kan echter ook een onaangename bijsmaak hebben.
Sacharine wordt snel door het lichaam opgenomen en vrijwel volledig onveranderd uitgescheiden via de urine. Sacharine heeft geen invloed op de concentratie glucose in het bloed, wat het uitermate geschikt maakt als zoetstof voor diabetici. Naast de toepassing in voedingsmiddelen geschikt bij diabetes is sacharine ook uitermate populair als zoetstof in "light" producten zoals suikervrije frisdranken.
In de jaren ’60 kwam sacharine in opspraak toen uit dierproeven bleek dat grote hoeveelheden bij ratten blaastumoren veroorzaakten. Het verband tussen inname van sacharine en kanker is bij mensen echter nooit aangetoond. Voor volwassenen wordt aanbevolen om per dag maximaal 150 mg in te nemen, voor kinderen is dit 2,5 mg / kg lichaamsgewicht.

 

Sucralose (E955)
Deze stof is een laagcalorische, kunstmatige zoetstof die wordt vervaardigd door een gecontroleerde chlorering van sacharose, en die 500 tot 600 maal zo zoet is als suiker. Sucralose wordt verkregen door drie hydroxyl (OH)-groepen in het sacharose-molecuul te substitueren met drie chlooratomen. Het is de enige kunstmatige zoetstof die van suiker wordt gemaakt, en heeft eenzelfde smaak als suiker. Het is echter een stabiele stof die in tegenstelling tot suiker niet wordt afgebroken in het lichaam. Het is bestand tegen hoge temperaturen zodat het ook kan gebruikt worden in voedingswaren die worden gebakken.
Sucralose werd ontdekt 1976 door onderzoekers die voor de Britse suikerfabrikant Tate & Lyle Ltd. werkten, en door Tate & Lyle in samenwerking met McNeil Specialty Products Company (een onderdeel van de Amerikaanse groep Johnson & Johnson) ontwikkeld. Het is verkrijgbaar onder de merknaam Splenda.
In 1990 keurde het Joint FAO/WHO Expert Committee on Food Additives (JECFA) sucralose als "veilig" voedingsadditief goed. Canada was het eerste land dat het gebruik van sucralose in voedingswaren en dranken goedkeurde. In 1998 keurde de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) het gebruik ervan toe in 15 soorten voeding en drank; Diet Cola (Cola Light) was het eerste product dat in de Verenigde Staten met sucralose werd aangeboden. In 1999 liet de FDA sucralose toe voor algemeen gebruik. Vanaf januari 2004 is sucralose door de Europese Unie toegelaten als zoetstof met E-nummer E955 (Richtlijn 2003/115 van december 2003).
De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) van sucralose is vastgesteld op 0-15 mg per kilogram lichaamsgewicht door JECFA in 1990 en door de Europese Commissie in september 2000.

 

Thaumatine (E957)
Dit is een zoetsmakend eiwit dat kan worden geïsoleerd uit het katemfe fruit uit west-Afrika. Er is waarschijnlijk een aantal verwante eiwitten in deze plant; twee belangrijke vormen thaumatine I en thaumatine II zijn bekend. Het fruit bevat tussen 1 en 3 zwarte zaden die omgeven worden door een gel. Er is een zakvormig membraan, aril genoemd, dat het zoete materiaal bevat.
Thaumatine is heel erg zoet: de smaak komt langzaam op gang, maar blijft minutenlang intact. De sterkte van de zoete smaak is ongeveer 2000x die van een gelijk gewicht aan sacharose.
Thaumatine is toegelaten als voedseladditief E-957. Het wordt onder andere gebruikt in snoepgoed en kauwgom, waar de lange zoete nasmaak een voordeel is.
Toen thaumatine werd ontdekt was het het enige zoetsmakende eiwit. Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over het mechanisme van de zoetheid van thaumatine. Er zijn theorieën dat de zoete smaak niet zoals gewoonlijk voor andere zoetstoffen kan worden toegeschreven aan een eenvoudige binding met de zoete smaak receptor op de tong, maar bijvoorbeeld aan een werking als selectief protease waardoor de receptor continu actief blijft.
De driedimensionale structuur van thaumatine is bepaald met behulp van Röntgenkristallografie. Dit heeft het mechanisme van de zoetheid tot nog toe niet kunnen ophelderen. Toen de structuurbepaling voor het eerst werd geprobeerd was deze niet zeer succesvol. De vele mislukte pogingen gaven het eiwit de bijnaam traumatine. Inmiddels (2004) is deze structuurbepaling erg eenvoudig en wordt thaumatine zelfs als testeiwit gebruikt voor het vergelijken van de prestaties van verschillende instrumenten voor diffractie.
 

Neohesperidine dihydrochalcon (E959)
Deze stof is 1500-1800 keer zoeter dan suiker op smaakdetectie niveau. Op praktisch gebruiksniveau is dit ongeveer 400-600 keer. Neohesperidine DC is een flavonoïde dihydrochalcon. Hoewel Neohesperidine DC als zodanig nog niet in de natuur is gevonden, komen qua structuur vergelijkbare flavonoïden (en hun corresponderende dihydrochalconen) in veel planten voor. Na consumptie wordt Neohesperidine DC nauwelijks door het lichaam opgenomen. Het wordt wel gemetaboliseerd door de darmflora. Dit geeft dezelfde of vergelijkbare afbraakproducten als de overeenkomstige, van nature voorkomende producten.

 

Neotaam (E961)
Dit is een kunstmatige zoetstof en smaakversterker, afgeleid van aspartaam. Ze werd in 1996 in de Verenigde Staten geoctrooieerd. Het is een product van NutraSweet. Neotaam is 6.000 tot 10.000 maal zoeter dan sucrose en 30 tot 60 maal zoeter dan aspartaam. Neotaam verschilt van aspartaam door de aanwezigheid van een 3,3-dimethylbutylgroep op de aminogroep van het asparaginezuurdeel van de molecule. Daardoor worden peptidasen geblokkeerd, dit zijn enzymen die de binding tussen het asparaginezuurdeel en het fenylalaninedeel kunnen afbreken. In tegenstelling tot aspartaam komt er bij het gebruik van neotaam bijgevolg veel minder fenylalanine vrij, zodat neotaam ook door mensen met fenylketonurie kan gebruikt worden.[3] Neotaam is ook stabieler dan aspartaam en kan in veel lagere concentraties gebruikt worden.

In de Verenigde Staten heeft de Food and Drug Administration (FDA) neotaam in juli 2002 aanvaard als algemeen bruikbare zoetstof. In de Europese Unie werd de stof eind 2009 aanvaard. Het E-nummer van neotaam is E961. De aanvaardbare dagelijkse inname (ADI) is vastgesteld op 0-2 mg/kg lichaamsgewicht/dag. Neotaam mag in een grote variëteit van voedingsmiddelen gebruikt worden, zowel dranken als vaste levensmiddelen.

 

Maltitol (E965)
Dit is een polyol (of suikeralcohol) die wordt gebruikt als kunstmatige zoetstof. Het heeft 0,9 keer de zoetkracht van suiker. Maltitol wordt op etiketten  ook wel aangeduid als E965. De stof komt in de natuur niet voor, maar kan worden gemaakt van moutsuiker (maltose), bijvoorbeeld uit maïs of tarwe. Het heeft een zoete smaak -zonder bijsmaak- en wordt veel gebruikt in snoepgoed.
Bijwerkingen : Maltitol wordt deels opgenomen in de dunne darm en in het lichaam verwerkt als glucose. Het niet opgenomen deel komt in de dikke darm en wordt daar door de darmflora gefermenteerd. Hierbij komen onder andere gassen vrij. Deze zorgen voor krampen, winderigheid en diarree. Bij intolerante personen werkt het laxerend. Bij normaal gebruik en toepassingen zijn er geen bijwerkingen te verwachten, deze treden pas op bij inname van 25-30 gram in één keer.

 

Lactitol (E966)
Dit is ook een polyol (of suiker-alcohol) die net zoals Maltitol wordt gebruikt als kunstmatige zoetstof en als laxeermiddel.
Lactitol heeft 0,9 keer de zoetkracht van suiker. Het komt niet in de natuur voor, maar wordt verkregen uit lactose (melksuiker). Het heeft een zoete smaak -zonder bijsmaak- en wordt gebruikt in een aantal voedingsmiddelen, waaronder in kauwgom.
Bij gebruik van gemiddeld meer dan 15 tot 20 gram per dag kan lactitol laxerend werken. Het is in Nederland dan ook sinds 1989 verkrijgbaar als laxeermiddel. Het behoort tot de osmotisch werkende laxeermiddelen: het houdt water vast in de darmen, met als gevolg dat de inhoud van de darmen langzaam zachter en groter wordt. Bovendien wordt bij gebruik van de stof de peristaltische beweging van de darmen gestimuleerd.

Xylitol (E967)
Ook Xylitol is een polyol (of suiker-alcohol) die wordt gebruikt als vervanger voor suiker. Het is een natuurlijke zoetstof  die voorkomt in de vezels van vele soorten groente en fruit. Het heeft een zoete smaak zonder bijsmaak en wordt veel gebruikt in snoepgoed. De zoetkracht van xylitol is ongeveer gelijk aan die van suiker, maar het levert 40% minder calorieën. Omdat xylitol bij consumptie nauwelijks wordt omgezet in zuur is het minder schadelijk voor het gebit dan suiker of andere zoetstoffen zoals sorbitol.

Erytritol (E968)
Dit is een natuurlijke suiker alcohol (een soort suiker vervanger), die is goedgekeurd voor het gebruik in de Verenigde Staten en voor een groot deel in de wereld. Het vind de oorsprong in fruit en gefermenteerde levensmiddelen. Op industriëel niveau wordt het geproduceerd uit glucose door gisting met het gistsoort Moniliella pollinis. Het is 60-70% zoet als tafelsuiker. Maar toch is het bijna non-calorisch, het heeft geen invloed op de bloedsuikerspiegel, veroorzaakt geen tandbederf en wordt geabsorbeerd door het lichaam en daarom is het onwaarschijnlijk dat de maag bijwerkingen op treden. Dit  in tegenstelling tot andere suiker alcoholen die dit wél veroorzaken. Het heeft een calorische waarde van 0,2 calorieën per gram (95% minder dan suiker en andere koolhydraten).

Geef een reactie